Snoeien van fuchsia’s, een korte handleiding.

Snoeien wordt vooral gedaan om het plantvolume voor de winterperiode drastisch te verkleinen. De meeste fuchsia’s zijn niet winterhard en zullen daardoor vorstvrij moeten overwinteren.

In het voorjaar is snoeien/toppen van belang om een goede plantopbouw te realiseren. 

Per type fuchsia wordt de snoeimethode aangepast. De snoeimethode voor eenjarige planten is afwijkend van die van oudere planten. De triphylla’s vragen ook een specifieke snoeimethode, evenals de kruisingen met daarin F. magdalenae. Ook planten met een zwak wortelgestel of planten waarvan het komende voorjaar veel stekken genomen moeten worden, dienen weer anders gesnoeid te worden. 

Wanneer de fuchsia’s klaar gemaakt worden voor de winterberging, worden ze gesnoeid. Dit gebeurt eind september tot en met eind oktober. 

Eenjarige planten.

Eenjarige planten kunnen eerder gesnoeid worden dan alle andere fuchsia’s. Start hiermee vanaf half september.

Afbeelding 1

Snoei deze planten niet te ver terug, maar laat minstens 1/3 deel van de plant en het blad zitten (zie afbeelding 1). Ook kunnen ze na de snoei nog wat stikstofmest krijgen, waardoor de groeipunten weer beginnen uit te lopen.

Laat eenjarige planten na het snoeien zo lang mogelijk buiten staan. Buiten staan ze namelijk koeler en luchtiger, waardoor er minder kans is op het ontstaan van Botrytis(ook wel grauwe schimmel, smet of vruchtrot genoemd) op de snoeiwonden. Laat ze echter niet te nat regenen. Wanneer nieuwe groeipunten zichtbaar zijn, kunnen ze naar binnen.

In het voorjaar de eenjarige planten eind maart, begin april terugsnoeien tot op het eerste bladpaar dat ontstaan is, na het snoeien in het najaar. 

Van het snoeihout waar mooie uitlopers aanzitten, kunt u dan stekken maken.

Oudere planten op pot. 

Oudere planten kunnen teruggesnoeid worden op het eerste bladpaar van het jonge hout dat in dat jaar is gevormd (zie afbeelding 2, nummer 1). Laat het blad dat er dan nog aanzit wel zitten. Dit blad valt vanzelf na één tot twee weken ervan af. Daardoor beschadigt u niet de nieuwe ogen die er onder zitten. Op deze manier is het mogelijk om mooie compacte planten te kweken, die gedurende de winterperiode ook weinig ruimte innemen.

Planten die moeilijk uitlopen kunt u beter op het tweede bladpaar van het jonge hout snoeien.

Afbeelding 2

In het voorjaar worden de nieuwe uitlopers van oudere planten gesnoeid of getopt na het tweede bladpaar (zie afbeelding 2, nummer 2). 

Oudere planten in de vollegrond. 

Wanneer niet winterharde planten in de vollegrond staan, kunnen deze in de eerste week van oktober worden gesnoeid. De planten worden ter plaatse gesnoeid. De planten nog op hun plek laten staan totdat het ‘bloeden’ is opgehouden. De planten kunnen daarna gerooid worden en een plekje krijgen in de winterberging. 

Winterharde fuchsia’s in de vollegrond 

Snoei alle takken vroeg in het voorjaar terug tot ongeveer 30 centimeter.

Na een strenge winter tot aan de grond afknippen, vaak zijn dan de bovengrondse takken dan ook doodgevroren. Na het snoeien zijn er winterharde fuchsia’s die zich traag ontwikkelen en pas in mei weer groene puntjes laten zien. 

Triphylla's 

       Afbeelding 3

Jonge triphylla's worden behandeld zoals beschreven onder 'Eenjarige planten'.

Oudere triphylla's worden in model gesnoeid, waarbij er wel voor gezorgd moet worden dat er minstens twee bladparen (zie afbeelding 3, nummer 1) aan de plant blijven zitten. Deze planten snoei op het tweede bladpaar van het jonge hout dat in dat jaar is gevormd.

De wonden goed laten indrogen. Bij droog weer kunnen ze buiten blijven staan. Na het snoeien kunnen ze nog met extra stikstof bemest worden om het uitlopen van groeipunten te bevorderen.

In het voorjaar de triphylla’s na het derde bladpaar toppen (zie afbeelding 3, nummer 2). Zorg ervoor dat deze planten licht en warm staan (minimaal 10°C). Alleen als de planten in het voorjaar goed uitlopen kunnen ze nog een keer tussen het eerste en tweede bladpaar van het jaar daarvoor gesnoeid worden. Hierdoor ontstaat een nog compactere plant.

 

Planten waarvan een van de ouders F. magdalenae is en species

Voorbeelden hiervan vindt u in de serie WALZ-muziekinstrumenten. Deze planten in principe niet in het najaar snoeien. Voor de overwintering verlangen deze planten een lichte en warme plaats (minimaal 10°C), bijvoorbeeld bovenin een kas.

In het voorjaar deze soorten snoeien zoals bij de triphylla’s is beschreven.

Species (botanische fuchsia’s) worden op overeenkomstige wijze gesnoeid en behandeld. 

 

Planten met een zwak wortelgestel 

Voorbeelden hiervan zijn 'La Campanella', 'Auntie Jinks', 'Rosea', 'Foline', 'Foolke' en kruisingen hiervan. De gemakkelijkste methode is om van deze planten stekken te nemen en de oude planten weg te gooien. Wilt u de oude planten toch laten overwinteren, snoei ze dan niet te ver terug en zet ze daarna in kleine potten. Zorg ervoor dat ze niet te nat staan, dus wees zuinig met water geven. In het voorjaar terugsnoeien zoals bij de eenjarige planten is beschreven. Ook deze planten mogen niet kouder staan dan 10°C. 

 

Planten waarvan we in het voorjaar stekken willen nemen 

Het gaat hierbij vaak om oudere planten. Snoei enkele takken niet zo ver terug als eerder beschreven staat bij 'Oudere planten', maar snoei deze terug tot aan het tweede bladpaar na de eerste vertakking van dit jaar en laat het blad zitten. In maart zullen hier dan mooie stekken op staan. Als de stekken eraf gehaald zijn, worden deze takken verder teruggesnoeid tussen het eerste bladpaar en de vertakking. 

Jongere planten geven veelal genoeg jonge scheuten die gebruikt kunnen worden voor het stekken.